Ik.Zou.Mama.Worden…

Ik mocht me beginnen voorbereiden op de komst van een klein minimensje. Maar daarvoor had ik nog wel enkele maanden. Waarin je je als vrouw eigenlijk helemaal niét voorbereidt op mama worden. Maar op de komst van een baby. En de praktische kant die daarbij komt kijken. Een slaapkamer zoeken. De muren een kleurtje geven. Kleertjes bijéén zoeken. Infoavonden afschuimen die me zouden voorbereiden op bevallen en borstvoeding geven. Heel praktisch allemaal. Maar zo praktisch is mama worden eigenlijk niet. Helemaal niet, zelfs. Mama worden is emotioneel. Mama zijn is emotioneel maal duizend. Maar daar kom ik later op terug.

Als je denkt dat het vervelende bezoek van tante Marie maandelijks je hormonen op hol brengt, dan ben je nog niet zwanger geweest. En dan zijn je hormonen nog niet écht op hol geweest. Want op de weg van het mama worden, werd ik soms horendol. Fysiek. Én emotioneel.

Fysiek eerst. Want, ik heb alles opgeschreven. Ik moest en zou het allemaal onthouden. Want hoe vaak ik de eerste weken en maanden ook zei dat ik het zo lastig vond om zwanger te zijn, even vaak zeiden mensen me dat ik dat wel allemaal zou vergeten eenmaal het kleintje er was. En dat kon en zou niet gebeuren. Maar het klopt hoor. Had ik niet hier en daar aan mezelf een post-it’tje achtergelaten, ik was het allemaal vergeten. Het niet kunnen opstaan ’s ochtends zonder eerst al liggend een beschuitje te eten om mijn oprispingen te temperen. Het gevoel dat mijn borsten een eigen leven zouden beginnen leiden en alle lagen van mijn kledij zouden ontgroeien. De stekende pijn in mijn onderrug en mijn bekken. De dolle avonturen van mijn darmen waarover ik – gelukkig voor jullie – niet in detail zal vertellen. De bolle buik die begint door te wegen én in de weg begint te hangen, en waarover je de prachtigste complimenten krijgt zoals “amai, zeker dat je geen tweeling krijgt” en “ge staat wel zwaar é zeg”. De dingen die je als vrouw barstensvol hormonen wil horen dus. Of niet.

Emotioneel dan. Zwangere dames onder jullie. Zet die emmers maar klaar. Want tranen zullen er zijn. Met tuiten. Op de meest onverwachte momenten, bij TV-programma’s waar je het niet verwacht, in gezelschap die het niet zag aankomen. Zo was ik op een avond samen met mijn man gezellig naar een reportage aan het kijken over huizen die een naam dragen. En die avond heette het huis “Kindervreugd”. De eigenaars van het huis vertelden het verhaal van hun woning, blikten terug op vele jaren geleden en toonden foto’s van toen ze een pasgetrouwd koppel waren, en dan foto’s van hun kinderen spelend rond hun huis. Hun kinderen die het huis nu ontgroeid waren. Maar de manier waarop het koppel naar de foto’s keek, en van elkaar en hun huis hield, deed me gewoon in tranen uitbarsten. Opnieuw die blik van mijn man en de vraag “Zijde gij nu serieus aan ’t bleiten voor een huis?”. Jep. Ik kon dat. Bleiten voor een huis. Meer zelfs; ik kan dat nu nog. Ik kan me zoveel beter inbeelden nu, wat dat betekent “je ouderlijk huis”. En zo’n huis en warme thuis wou ik ook kunnen geven aan mijn stampertje in de buik.

Want stampen, dat kon hij. Als geen ander. Elke maand mochten we op bezoek bij de gynaecoloog, een blik gaan werpen op ons kleintje. Vanaf dag 1 in de zwangerschap wist ik gewoon dat het een jongetje was. En wat voor één. Hij had al kuren in de buik. Hij verborg zijn gezichtje achter zijn handen, maar zijn geslacht dat spreidde hij echt wel ten toon. “Talk to the hand (of euh, iets anders) because the face don’t want to hear it anymore”. De gynaecoloog vond het toen ook al een actief baasje. Ik probeerde nog “Dokter, naar het schijnt zijn actieve foetusjes in de buik, rustige baby’tjes eenmaal geboren” te geloven maar…. De dokter vond het precies grappig en wilde me toen waarschijnlijk nog niet zeggen dat 99% van wat op internetfora te lezen valt zever is. Gezever. Dus beantwoordde ze mijn vraag met een glimlach. En iets als “je weet nooit”. Ik krijg spontaan een glimlach op mijn gezicht nu ik dit aan het schrijven ben. En denk aan mijn zoontje. Laten we zeggen dat hij zijn speelsheid van in de buik niet echt is kwijtgeraakt. Integendeel. En, gelukkig maar !

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s