Mijn kleintje was pas enkele weken oud toen ik besliste om de borstvoeding dan maar op te geven. Het.lukte.gewoon.niet. Een combinatie van factoren stond mijn vooropgestelde doel in de weg. Ik wou namelijk toch zeker 10 weken borstvoeding geven, zodat ik hem een goede start met een goede weerstand kon bieden. Vier weken na de geboorte werd dat doel ijdele hoop. Een slechte opstart in het moederhuis. Een zenuwachtige (perfectionistische?) mama. Een al even zenuwachtige en ongeduldige baby. Een slechte zuighouding met heel veel pijn tot gevolg. Krampjes de hele dag door.

Flesjes dan maar. Want dat zou me vast minder stress geven. En een ontspannen mama zou dan ook zorgen voor een ontspannen baby. Helaas was die overschakeling ook niet meteen wat ik ervan verwacht had. Hij dronk de flesjes heel vlot, maar had nog steeds krampjes. En op de duur begon hij te wenen halfweg zijn flesje. Terwijl hij echt nog honger had. Maar hij gaf het op, ik zag de pijn in zijn grote ogen. Zijn ogen die in de mijne staarden en leken te zeggen: “Mama, zo gaat het toch niet? Doe iets! Ik wil zo graag met plezier drinken maar het doet zo’n pijn!” Dan maar een andere melk proberen. En volhouden, want je moet zeker twee weken proberen met een nieuwe melk om resultaat te zien. En dan nog maar eens een andere melk. De pediater zegt het zus, Kind en Gezin zo, en de vele vrienden en familieleden zeggen het nog eens honderd keer anders. Als ‘newly-mom’ weet je gewoon niet wiens raad te volgen. Al wist ik diep vanbinnen, instinctief, dat ze er allemaal naast zaten. Het lag niet aan de melk. Het lag niet aan het kleintje. Het waren niet gewoon krampjes die eruit moesten groeien. Er scheelde iets mee.

Toen hij uiteindelijk in het ziekenhuis belandde omdat hij gewicht verloren had, werden er wat onderzoeken gedaan. Diagnose: koemelkeiwittenallergie. De darmpjes van mijn kleintje waren nog niet voldoende ontwikkeld om zelf de koemelk te verwerken. Dát was dus de reden van de krampjes. En dáárom ook was de borstvoeding mislukt. Want ik hield me allesbehalve aan een koemelkvrij dieet. Had ik die eerste weken maar minder yoghurtjes gegeten, minder melk gedronken, … De pediater liet ons naar huis gaan met onze flinke zoon, die zijn allereerste brede glimlach in het ziekenhuis had getoond. Want krampjes of niet – en dat vergeet ik nu wel een beetje doorheen mijn betoog – onze zoon was een opgewekte, actieve en blije kerel. Enkel de drinkmomenten waren een marteling. Voor ons, maar blijkbaar voor hem nog meer. Hij kreeg een hypoallergene melk voorgeschreven, en het zou vast beter gaan. Maar… die melk stonk! Ik kon de melk niet ruiken, en mijn kleintje moest ervan drinken. Ocharme. De eerste dagen waren dus lastig. We moesten vuile trucjes toepassen, zoals toevoegen van Canderel-vanillesuiker. Fopspeen in de mond steken en zonder hij het zag plots vervangen door de fles… Et cetera. Uiteindelijk dronk hij wel, al was het nog niet met zijn volle ‘goesting’. En de pijn tijdens het drinken bleef wel, de krampjes achteraf bleven gelukkig uit. Die dure (18 euro voor een potje waar je zo’n 2,5 dagen mee verder kon!) en stinkende melk was volgens mij nog niet dé oplossing. Na een drietal weken wou ik daarom een second opinion. Een vriendin raadde mij haar pediater aan. Het was iets verder rijden. Maar wat een geluk dat we bij die man terechtgekomen zijn.

Mijn collega, zo zei de pediater, heeft een goede – maar halve – diagnose gesteld. Koemelkeiwitallergie, daar volgde hij zeker in. Maar het kleintje had ook verborgen reflux. Bij het drinken, kwam de melk terug naar boven, maar niet ver genoeg om het over te geven. Waardoor het terug naar beneden sijpelde. Gevolg? Een heel pijnlijke slokdarm en maagoprispingen. Natuurlijk had hij pijn halfweg zijn fles! De eerste slokken werkten nog verzachtend, maar vanaf het moment dat zijn maag in actie kwam, kwam ook het zuur en de pijn weer naar boven. Onze wonderdokter schreef medicatie voor, en nog een nieuwe melk. Op hoop van zegen…

Het werd elke dag wat beter! Het enige probleem was dat ons kleine slimme mannetje zijn flesje en drinken al geassocieerd had met pijn. En dus voor de zekerheid al halfweg zijn flesje stopte, omdat hij bang was voor de pijn die zou komen. En die associatie had hij vooral bij ons thuis, in het knusse hoekje in de zetel waar hij steeds zijn flesje kreeg. Ik dacht natuurlijk eerst dat het aan mezelf lag, maar toen ik merkte dat – wanneer ik het flesje eens bij mijn ouders thuis gaf – hij toen het flesje wél kon leegdrinken, begreep ik dat hij dat plaatsje thuis associeerde met pijn. In diezelfde periode startte hij ook in de crèche. Hij was ondertussen al drie maanden. Eindelijk zouden we onze draai vinden. In de crèche dronk hij ook zijn flesjes leeg. Dus hij kon het wel. Ik ben die dagen dan maar gaan experimenteren. Ik gaf mijn flandrientje eten in de garage, op de trap, in de gang, op het terras, … en jawel; hij dronk ! Melk geven in de garage? You’ve got to be kidding me? Maar ja, als mama probeer je echt alles om je kind te laten drinken…

Stilletjes aan zette ik mijn stoel opnieuw dichter en dichter bij de living, en na een aantal dagen was zijn associatie gelukkig verdwenen. Geen pijn meer tijdens het drinken, en een happy baby tot gevolg.

Kon het genieten eindelijk beginnen?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s