’t Is nog al nie noa de wuppe…

De passage van Jan Terlouw in het Nederlandse televisieprogramma De wereld draait door werd door heel wat Vlaamse media, politici en burgers opgepikt. Terlouw vertelt gepassioneerd en duidelijk geëmotioneerd over de sfeer in de politiek en de maatschappij van vroeger. En dan maakt hij de vergelijking naar onze huidige, wantrouwige en planeetonvriendelijke, samenleving. Hij doet een pleidooi naar meer vertrouwen. Vertrouwen tussen politici onderling, politici en burgers. Ook een pleidooi om zorg te dragen voor onze planeet. Want wij hebben zoveel potentieel.

We kúnnen alles.

Er zijn geen technische noch economische argumenten om er niet samen voor te gaan. Voor een leefbare wereld. Er is zoveel mogelijk. Maar toch slagen we erin om elkaar tegen te werken en de oplossingen niet te zien.
Terlouw wenst ons en de toekomstige generaties een mooi leven, zoals hij gehad heeft. En daarvoor zullen we een radicale ommezwaai moeten maken. In ons energiebeleid. In ons politiek model.

Tijdens het bekijken van het fragment, werd ik triest en blij tegelijk. Ik kreeg tranen in de ogen, maar ook kippenvel. In zeven minuten tijd haalt deze man de essentie aan van waar het in het leven om draait; proberen samen te leven, zorg dragen voor onszelf, de natuur en de dieren,  vertrouwen hebben in elkaar. En, denken aan de toekomst en die van onze kinderen, want ook zij verdienen een mooi leven op een leefbare planeet.
Ik heb geen sterkere boodschap gehoord de afgelopen maanden, misschien wel jaren.
Het geeft mij zin om ervoor te gaan. Om mij in te zetten. Om de medemens opnieuw te vertrouwen. Om te werken aan een mooie toekomst.

Maar dan open je Twitter. Lees je enkele kranten. En dan zie je dat onze politici (rechts én links) er helemaal niets van snappen. Het oh zo mooi pleidooi wordt gebruikt om elkaar en elkaars vroegere en huidige beleid te verwijten. In plaats van de boodschap samen op te pikken, en er samen – met positieve ingesteldheid – voor te gaan.

Heel wat burgers snappen het wel. Nu de politici nog.

Want eerlijk, ik wil Wannes Cappelle en zijn Zesde Metaal héél graag geloven. En dromen.
Want; ’t is nog al nie noa de wuppe…

Doen we voort, tegoare?